23-10-2011    

Een tweede hond
“Het zal toch niet? Maar stel je nou eens voor dat het wél gebeurt, dan zit ik helemaal zonder! Daar moet ik niet aan denken..” Veel hondenmensen tobben er over: wel of niet een tweede hond erbij nemen om zich in te dekken tegen het verlies van hun hond, een makkertje, waar ze zoveel van houden. Het is immers niet een keuze die je makkelijk maakt. Alle voor- en nadelen worden herhaaldelijk tegen elkaar afgewogen.

Van ervan hondenmensen heb ik in ieder geval een aantal goede voorwaarden geleerd. De eerste hond moet een fijne, goedopgevoede hond zijn, zodat hij als voorbeeld kan functioneren voor die tweede. Er moet een redelijke leeftijdsafstand zitten tussen de twee. Zo’n jaar of vijf is ideaal. Je kunt dan met de oude hond lezen en schrijven, z’n gedachten lezen. Bovendien moet hij in goede lichamelijke conditie zijn zodat de pup een plezierig iets is in z’n leven en niet de oorzaak van bijvoorbeeld meer pijn of andere ongemakken. Zitten ze wat leeftijd betreft dicht op elkaar b.v. één of twee jaar dan heb je over tien jaar twee oude honden, dat lost niets op.

Neem je er een pup bij dan betekent dat dat je extra tijd moet steken in de opvoeding van de kleine, zodat hij de kans krijgt een goede band met je te ontwikkelen. Of wordt het een jonge bijna volwassen exemplaar. Dan heeft die wel een voorgeschiedenis waar je misschien niet alles over te weten komt en je moet ook hem de kans geven (en de tijd) om jouw hond te worden. Wordt het een hond van hetzelfde type als de eerste en wat te denken van de sekse.
Reu bij reu of teef en reu? Teef bij teef kan ook. Maar niemand kan je garanderen dat die twee honden hoe dan ook geweldige maatjes worden. Helaas draait het soms op vechten uit en doe je er verstandig aan de nieuwe “uit huis te plaatsen”. Dat is geen oplossing om je voor te schamen, het kan gebeuren. Is de rust in huis weer gekeerd dan is iedereen en stuk gelukkiger. De raad om het ze maar uit te laten vechten is ouderwets en onverstandig. Vechten moet altijd vermeden worden. Er zijn andere manieren om te laten zien wie er de baas is. Het even verstrakken, een lip trekken, oogcontact, honden zijn heel subtiel in ’t regelen.

Vergeet ook het financiële aspect niet. ’t Voer is nog tot daar aan toe, maar dierenartsen zijn duur geworden. En wat te denken van hondenbelasting, pensionkosten, verzekeringen, het loopt allemaal lekker op. Genieten kun je van je twee spelende honden, heerlijk om te zien. Maar ze storten zich met z’n twee makkelijker op dat ene hondje. Twee is méér dan twee maal één. “Ganging up” heet dat: met z’n allen tegen één, dan durven ze, net als bij
sommige mensen. Daarom is het heel belangrijk met beide honden op cursus te gaan, ieder in z’n eigen klas en al die oefeningen ook in het dagelijks leven met elke hond te doen,
zodat ze allebei evenveel aandacht aan de baas moeten besteden en van hem terugkrijgen. Houd er rekening mee dat de tweede hond niet alleen de plezierige gewoontes van de eerste
hond zal overnemen maar ook de niet-gewenste gedragingen. Een tweede hond nemen om de problemen van de eerste op te lossen werkt meestal niet, je zit dan opgescheept met twee
probleemhonden. En wat te denken van de fysieke kracht: twee maal twintig kilo aan de lijn is heel wat meer dan die eerste twintig, zeker als ze beide besluiten links in plaats van rechtsaf te gaan en je daar even niet op bedacht bent.

Ja, ja, goede raad genoeg gekregen in m’n leven en toch kan het anders uitpakken dan ik had gedacht. Er zijn immers geen twee honden gelijk, je huishouden kan ook zomaar veranderen en je wordt ook nog eens iedere dag een dagje ouder, cliché’s genoeg. Ondertussen geniet ik van m’n enige hond, ik weet wat ikk heb en ben daar blij en vrolijk van geworden. Samen genieten we, de hond en ik!

Loes van den Bogaard.

Met dank aan: Mevr Kranenberg van K.C. Gooi en Eemland
Website: www.kc-gooieneemland.nl
Datum: 23-10-2011