23-10-2011    

Ringtraining:

De doelstelling van ringtraining is om de hond optimaal te leren voorbrengen op een tentoonstelling, ter beoordeling door de keurmeester. Het oefenen is er op gericht dat de hond zich goed presenteert aan de keurmeester. Een goed geshowde hond is altijd een voordeel bij de beoordeling. Als de baas de hond goed kent en weet wat de rasstandaard inhoudt, helpt dat om je hond op een zo goed mogelijke manier te presenteren. Iedere hond kan succesvol deelnemen aan ringtraining. Uiteraard speelt de "will to please" van de hond mee. Maar elke hond vindt aandacht leuk. En bij ringtraining krijgt en draait alle aandacht om de hond. Het strekt verder tot aanbeveling aan ringtraining deel te nemen als de hond volledig is ingeŽnt.

Insluiten ter socialisatie (ringtraining KC de Kempen)

Onderdelen

Het betasten:
Dat is allereerst het goed laten betasten van het gehele lichaam en het tonen van het gebit, vervolgens netjes en vrij aan een losse lijn rondgaan en tenslotte het rustig in stand blijven staan, terwijl hij de keuring ondergaat. Bij het betasten, verwacht de keurmeester; een los staande, ontspannen hond op tafel, die hij overal kan betasten (ogen, gebit, ooraanzet, buikbelijning, hoekingen, wolfsklauwen, staartlengte) zonder bang te hoeven zijn voor uitvallen. Hierbij mag de hond niet wegkruipen, aan de lijn hangen, zich omdraaien of steeds gaan zitten.

Betasten (ringtraining KC de Kempen)

Dit alles rustig toe laten, vereist van de hond zelfvertrouwen, dat zich ontwikkelt door positieve ervaringen. De timide of teruggetrokken hond zal zich niet zomaar overgeven. Forceren werkt niet, maar geef de hond vertrouwen door in het begin van hem te verwachten. Is hij aanraken gewend, dan zal ook een van aanleg gereserveerde hond wel een aai over zijn kop toestaan. Die aai wordt een streek over de rug, enzovoort.Voordat de hond heeft geleerd dat er niets engs aan de hand is, dat hij voor een vreemde niet weg hoeft te kruipen en dat gefrunnik aan je lijf best wel leuk is, bent u waarschijnlijk met een onzekere hond al wel een paar maandjes verder, begin jong en gun het de tijd.


Tonen van het gebit:

Op heel veel keuringen is het een geworstel van jewelste om het gebit van de hond te tonen. Veel honden vinden het niet leuk, vaak als gevolg van een onjuiste handeling van de baas, die de neus van de hond dichthield of te hard aan zijn lippen trok. Breng veel geduld op met dit onderdeel en verwacht niet gelijk resultaat. Op ringtraining is men in het begin al tevreden, wanneer de hond zijn lippen laat aanraken of optillen. Pas daarna gaat men verder met het optillen van de bovenlip door de hand van bovenaf er om heen te spannen en de lippen voorzichtig op te tillen. Bent u onvoorzichtig dan zal de hond zich gegarandeerd terugtrekken en er een hekel aan krijgen.


Het gangwerk:
Het gangwerk moet door de keurmeester goed kunnen worden beoordeeld. Daarvoor is het nodig dat de hond in een regelmatig tempo draaft. Dus niet springen, niet galopperen, niet in telgang gaan en niet scheef lopen door het in de lijn hangen. De hond mag dus niet trekken, maar moet zich aanpassen aan het tempo zoals de baas dat aangeeft.

Niet trekken is een moeilijk onderdeel, waarbij de fout bijna altijd te wijten is aan het feit dat de hond meer belangstelling heeft voor wat er in zijn omgeving gebeurt, dan voor zijn baas. Bij niet trekken behoort ook niet uitvallen naar andere honden (negatief gedrag) en niet spelen met andere honden (positief gedrag). Ook hier heeft de hond geen aandacht voor de baas, althans niet op dat moment. Is de hond zover dat hij niet uitvalt, niet trekt en niet speelt, maar keurig aan een lijn naast ons meeloopt, dan worden de kneepjes van het vak aangeleerd, namelijk het lopen in een rechte lijn van en naar de keurmeester toe. Het meelopen aan een losse lijn is niet voor ieder ras de juiste manier van voorbrengen. Het strekt bij veel rassen tot aanbeveling met een lijn die iets "aan" zit, de hond voor te brengen. Dit om de juiste loophouding te kunnen bepalen als handler, en de hond in je hand te "voelen". Dit voelen is belangrijk, dan hoef je niet naar je hond te kijken om te weten hoe hij/zij loopt.

Lopen (ringtraining KC de Kempen)

Iets lastiger is het lopen van een zogenaamde driehoek, zodat de keurmeester het gangwerk van achter, opzij en van voren goed kan beoordelen. Het verschil tussen gehoorzaamheidstraining en ringtraining is dat de hond niet vlak naast ons moet lopen, maar zeker een meter van ons af. Er mag echter nooit een boog in de lijn vallen. De moeilijkheid van een driehoek lopen is dat niemand een rechte lijn kan lopen die de hond in de gaten aan het houden is. Je ziet dan niet waar je loopt. Men moet kijken waar men heen gaat, en dus voeling met de hond hebben zonder naar de hond te kijken. Het vertrouwen dat de hond juist loopt, vergt veel training.

Sociaal gedrag ten aanzien van mens en dier :
Op ringtraining worden onderdelen van het sociaal gedrag geoefend. Vooral wanneer er veel honden in de ring staan en er gezamenlijk in draf moet worden gelopen in een kleine ring, is er heel veel afleiding. Een groot voordeel bij het aanleren van de oefeningen van ringtraining is, naast het prettige 'niet trekken aan de lijn', vooral het sociale gedrag ten aanzien van andere honden, ook als er in die hondenkopjes minder vriendelijke bedoelingen rondspoken. Een goed getrainde hond laat zich door niets van de wijs brengen. Hij houdt zijn koppie bij het werk en heeft dus vanzelfsprekend goed contact met de baas.

Oversteken (ringtraining KC de Kempen)

Herstel na onverwachte gebeurtenissen
Naast sociaal gedrag ten aanzien van honden en mensen, leert de hond spelenderwijs nog veel andere dingen waarvan hijzelf en de baas veel plezier kunnen hebben. Heeft de hond de basisprincipes goed onder de knie en heeft hij voldoende vertrouwen in zichzelf en de omgeving ontwikkeld, dan leert hij omgaan met onverwachte zaken die hem kunnen overkomen.

Samen in stand

Zo zijn er keurmeesters die onverwacht iets op de grond gooien, bijvoorbeeld, pen, sleutelbos of keurboek, om te zien of de hond attent is en dit met zijn oren kan tonen. Of keurmeesters die -zonder waarschuwing- de hond (op tafel) van achteren benaderen. Fijn als de hond dan geleerd heeft van schrik niet de keurmeester meteen in zijn arm te grijpen, maar alleen maar verontwaardigd achterom te kijken. Een hond is geen automaat. Als alle oefeningen goed zijn aangeleerd, kan een hond in principe goed geshowd voorgebracht worden.

Maar een hond die alles perfect doet, maar het duidelijk met frisse tegenzin doet, zal niet hoog scoren. Dezelfde hond met de zelfde kwaliteiten en beheersing van de oefeningen, waar de blijheid van afstraalt, zal echter de sterren van de hemel lopen. En dat is het moeilijkste van de gehele ringtraining, het kan niet door correcties worden aangeleerd, maar is het resultaat van hoe de hond zich voelt. Het is aan de baas om het leuk en spannend te maken en de hond enthousiast te houden.

HarriŽt en Lissy Brouwer

Met dank aan: HarriŽt en Lissy
Website: www.plusbeaus.nl
Datum: 23-10-2011