25-09-2011    

Castratie en sterilisatie
Er zijn veel misverstanden over castratie en sterilisatie. Veel dierenartsen adviseren ten onrechte om honden te castreren om gedragsproblemen op te lossen. Wanneer je bedenkt dat dierenarts een commercieel beroep is, hetgeen wil zeggen dat de dierenarts voor zijn inkomen afhankelijk is van het verrichten van ingrepen en het verstrekken van medicijnen, is het niet zo vreemd dat de veterinaire wereld het castreren en steriliseren van reuen en teven promoot. Dit wil niet zeggen dat elke dierenarts een verkeerd advies geeft. Castratie wordt vaak als wondermiddel gezien om agressieproblemen op te lossen, maar uit onderzoek blijkt dat na castratie veel minder dan de helft van agressieproblemen in werkelijk zijn opgelost. De oplossing bij agressieproblemen mag dan ook niet gezocht worden bij castratie, om dit probleem op te lossen heeft men meer baat bij het goed opvoeden van de hond, al dan niet met behulp van een kynologisch gedragstherapeut. Als men wil weten of castratie toch een positieve invloed heeft op het gedrag, dan kan men de hond tijdelijk chemisch castreren voordat men overgaat op definitief castreren.

Wat het verschil is tussen castratie en sterilisatie hond.
De termen castratie en sterilisatie worden vaak door elkaar gehaald. Bij teven wordt vaak gesproken over sterilisatie terwijl men castratie bedoelt. Beide ingrepen hebben als doel de reu of teef onvruchtbaar te maken. Het is trouwens een fabeltje dat het beter is dat een teef eens in haar leven een nestje moet hebben gehad. Bij castratie wordt bij de reu de teelballen weggehaald, er is dan geen productie meer van sperma en het mannelijke hormoon testosteron. Dit kan vanaf de leeftijd van 3-4 maanden. Bij de teef wordt bij castratie de eierstokken verwijderd, hierdoor stopt de hormoonproductie van oestrogeen waardoor de teef niet meer loops wordt en ook niet meer schijnzwanger kan worden. Bij sterilisatie wordt bij de reu de zaadleiders onderbroken zodat de reu onvruchtbaar wordt, de testosteronproductie gaat gewoon door. Bij de teef worden de eileiders afgebonden.

Voor en nadelen castratie hond.
Bij castratie verandert de stofwisseling van de honden, hierdoor kan de hond dikker worden. Dit probleem kan makkelijk verholpen worden door hier rekening mee te houden bij het voeren van de hond. Honden (vooral bij het vroeg castreren van teven) kunnen last krijgen van incontinentie problemen. Meestal is dit op te lossen door medicatie. Castratie verhoogt de kans op tumoren in het hart- en vaatstelsel. Bij verschillende rassen verandert de vachtstructuur naar castratie. Het voordeel van teven is dat ze niet meer loops worden en niet schijnzwanger kunnen worden. Ze hebben minder kans op baarmoederontsteking. Reuen hebben na castratie minder de neiging te gaan zwerven, op zoek te gaan naar vruchtbare teefies. Daarnaast wordt hun territoriumdrift verminderd waardoor ze minder geneigd zijn hun territorium af te bakenen door urinevlagen uit te zetten. Gecastreerde reuen hebben minder kans op een voorhuidontsteking.

Prikpil
Castreren of steriliseren is een definitieve ingreep. Wanneer men deze ingrepen niet wil doen en toch wil voorkomen dat de teef drachtig wordt dan kan men overwegen om de dierenarts de teef een prikpil te laten geven. Dit moet wel periodiek gebeuren. Het nadeel van de prikpil is wel dat er dan een verhoogde kan is op een baarmoederontsteking, suikerziekte en melkkliertumoren. Ook kan er lokaal haarverkleuring of haarverlies optreden.

Conclusie.
Overweeg goed de voor en nadelen voordat men overgaat tot castratie of sterilisatie. Meestal wegen de voordelen niet op tegen de nadelen van de ingreep. Gedragsproblemen bij honden worden meestal niet opgelost, beter is het de oplossing te zoeken in het goed trainen en opvoeden van de hond. Kans op bepaalde aandoening kunnen worden verminderd door castratie of sterilisatie, maar zonder ingreep is de kans op één van deze aandoening niet zo groot dat men om die reden tot castratie of sterilisatie over zou moeten gaan. In de meeste gevallen is het onvruchtbaar maken van de hond de enigste juiste reden voor de niet risicoloze ingreep.

Met dank aan: Martin Reuvenkamp
Website: www.hondenwijzer.com
Datum: 25-09-2011