28-08-2011    

Wat is zweetwerk?
Zweet betekent in vakjargon “bloed”. Zweetwerk wil zeggen; het volgen van een geurspoor achtergelaten door een gewond dier. We hebben het dan over aangereden of anderszins verwond grofwild. Dit kunnen reeŽn, wilde varkens of b.v. herten zijn. Dit spoor wordt gevormd door bloeddruppels, angstgeur afgescheiden door de klieren in de hoeven, botsplinters, hoefafdrukken, ontlasting etc.

Wat hebben we nodig voor zweetwerk?
Wij trainen met hertenbloed, dit halen we bij een hertenhandel. Runder- of lamsbloed gaat ook. Met een druppelflesje van 250ml maken we dan een spoor. Verder heb je een lange lijn (min. 8 meter) nodig met een brede halsband of een tuigje. Bij zweetwerk vergeten we alle regeltjes m.b.t. gehoorzaamheid, de hond mag lekker zijn gang gaan en aan de lijn trekken! Het is ook handig om een tas mee te nemen met daarin je markering, zodat je kunt aangeven waar je het laatste aanknopingspunt hebt gevonden, water voor baas en hond en antimuggen/teken middel.

Ook moet je zorgen voor een beloning aan het eind van het spoor. Dit kan een huid zijn of eten. En het belangrijkste dat je nodig hebt is natuurlijk: een HOND!
Wij zijn van mening dat alles wat een neus heeft zweetwerk kan doen. De mate van geschiktheid hangt dan natuurlijk wel af van doorzettingsvermogen, spoorwil en talent van zowel voorjager als hond. Wij werken zelf het liefst met teckels, maar zien de laatste tijd ook veel staande honden. In ScandinaviŽ is het al vanzelfsprekend dat Tollers ook zweetwerk lopen, helaas zien we dit in ons land nog maar weinig terwijl wij uit ervaring weten dat Tollers dit ook heel goed kunnen!

Twee disciplines
We onderscheiden in zweetwerk 2 disciplines, de natuurnazoek en de wedstrijden.
De basistraining is voor beiden hetzelfde maar natuurnazoeken zijn een stuk moeilijker omdat je dan veel minder aanknopingspunten hebt. Een spoor begint altijd met een zogenaamde aanschotplek. Dit is de plek waar het dier door de jager is geschoten, of bij een ongeluk, waar het dier is aangereden. Wij bootsen deze plek na door een omgewoelde plek te maken, met extra zweet, haar en botsplinters. De hond kan hier dan goed de geur opnemen. Een spoor markeren we met lintjes, dit is vooral in het begin heel belangrijk omdat je puur en alleen op je hond moet letten. De kunst is om aan je hond te leren zien OF hij op het spoor zit en of dit het juiste spoor is. Dit heet het “lezen” van je hond. Je mag je hond nooit sturen of corrigeren op het spoor, het gaat echt om de samenwerking baas/hond. Een training met een beginnende hond beginnen we altijd met een kleine “aanlegtest”. Een dergelijk spoortje kan ook op de Tollerdag in Assen gelopen worden door de liefhebber. Wij hopen dat we dan meer mensen warm kunnen laten lopen voor zweetwerk met Tollers.

Rinie en Tiny Kamerling

Met dank aan: Nova Scotia Duck Tolling Retriever Club Nederland
Website: www.tollertales.nl
Datum: 28-08-2011