24-04-2011    

Baknijd:

"Baknijd" betekent dat een hond zijn voer(bak) wil verdedigen, uit angst dat u zijn voer zult afpakken. In de natuur is het zo dat de ranghoogste honden eerst eten. Wanneer zij klaar zijn met eten, is wat over is voor de ranglagere. Daarbij geldt de ijzeren regel: wat je eenmaal hebt gekregen blijft van jou! Dus als een ranghogere hond een ranglagere hond toestaat te eten, zal de ranghogere hond het daarna niet meer afpakken. Eens gegeven blijft gegeven.

Het is daarom eigenlijk heel onnatuurlijk dat veel bazen vinden dat hun hond moet accepteren dat de hond zijn voer dat hij net heeft gekregen ook weer zo zou moeten afstaan. Wat wel goed is, is om de hond van jong puppy af aan er aan te wennen dat u hem of zijn voerbak even aanraakt terwijl hij staat te eten. Juist door dit regelmatig te doen, maar altijd zonder zijn voerbak af te pakken (!), leert u de hond dat hij u kan vertrouwen en dat hij zich geen zorgen hoeft te maken wanneer u in de buurt van zijn voer komt. Een goede manier is ook om in de voerbak van uw puppy maar een deel van zijn voer te doen, en het andere deel bij te vullen wanneer hij zijn bak bijna leeg gegeten heeft. Zo gaat uw hond uw komst bij zijn voerbak associëren met iets positiefs; het gaat voor hem betekenen dat u wellicht nog meer lekkers komt brengen.

Is baknijd eenmaal ontstaan, dan adviseren wij om de hond voortaan in een aparte, rustige ruimte (bijv. in de bijkeuken) te eten te geven. Zolang de hond eet laat u hem volledig met rust! Pas wanneer de hond (al lang) is uitgegeten haalt u ongemerkt zijn voerbak weer weg. Ook kunt u de “therapie” zoals onderstaand omschreven toepassen.

Baknijd heeft te maken met vertrouwen en wantrouwen. Een hond die zijn voerbak tegenover u wil verdedigen heeft er, om welke reden dan ook, geen vertrouwen in dat u hem zijn voer zult laten behouden. Door een hond met geweld te dwingen het verdedigen van zijn bak op te geven ontstaan vaak veel meer problemen dan dat er worden opgelost! Het wantrouwen van de hond en de spanning rondom het eten worden namelijk steeds groter als u probeert er iets aan te doen of de ontstane baknijd terug te draaien door de hond "flink aan te pakken". Door het groeiende wantrouwen en de oplopende spanningen is de kans groot dat de hond ook in andere situaties dan alleen bij zijn etensbak wantrouwend en vooringenomen gaat reageren en u zal bedreigen. Probeer daarom liever het vertrouwen van de hond (opnieuw) te winnen dan dat u met geweld probeert de hond tot andere gedachten te brengen!

Wanneer er naast baknijd ook andere problemen zijn in de omgang met de hond, los deze dan eerst (voor zover mogelijk) op. Als baknijd het enige of het grootste probleem is, kunt u (al dan niet onder begeleiding van een hondengedragdsdeskundige) oefeningen gaan doen om de hond te leren dat hij zijn bak niet hoeft te verdedigen tegenover u (of tegenover anderen).

Een aantal tips in dit kader:
1. Leer de hond een woord dat betekent dat hij iets lekkers krijgt (het maakt niet uit welk woord, als u het maar consequent gebruikt; bijvoorbeeld "goed" of "koekje" of "kijk eens"). U leert dit aan de hond door dit woord te zeggen iedere keer vlak voordat u hem daadwerkelijk iets geeft.

2. Laat iemand (die de hond kent en vertrouwt/respecteert) de hond aan een lange lijn nemen. Maak in het bijzijn van de hond zijn eten klaar en zet de bak op de grond (op enige afstand van de aanwezige personen). Laat de hond zijn bak leeg eten, waarbij u in dezelfde ruimte aanwezig bent maar de hond volkomen negeert. Als de hond zijn bak leeg heeft, zegt u "koekje" (of welk ander woord u hem maar geleerd heeft), u loopt met iets super-lekkers (een stukje worst o.i.d.) richting de hond en zijn bak en u geeft het hem. Als de hond geen enkele agressie vertoont, geeft u hem het stukje bij voorkeur in zijn etensbak. Vertoont de hond tekenen van spanning en/of agressie, dan laat u het stukje lekkers op de grond vallen in de buurt van de hond en negeert u hem verder weer. De lijn aan de hond is alleen bedoeld als veiligheidsmaatregel, mocht de zaak uit de hand lopen. Maar probeer om het één en ander zo geleidelijk en rustig op te bouwen dat het nooit nodig is de lijn te gebruiken. Zorg dat er geen spanning op de lijn staat zo lang de hond ontspannen en niet agressief is!

3. Herhaal de oefening genoemd onder punt 2 een aantal dagen achter elkaar iedere keer wanneer u de hond voert. Ga geleidelijk over naar het aanbieden van het extra lekkers, nog vóórdat de hond zijn bak leeg heeft. Mocht de hond onverhoopt toch naar u dreigen, roep dan hard en dreigend "nee!!" of "foei!!" en indien echt nodig (de hond dreigt u te bijten) geeft u een lijncorrectie. Maar zorg dat u zelf ook weer ontspannen en vriendelijk bent zodra de hond dat ook is. Als agressie ontstaat dan bouwt u de oefeningen waarschijnlijk te snel op, doe een stapje terug in de opbouw en doe het rustig aan.

4. Als de voorgaande oefeningen goed zijn verlopen zal de hond inmiddels verlangend uitkijken naar uw komst bij zijn etensbak. Nu kunt u andere personen vragen om de hond op dezelfde manier als boven beschreven extra lekkers te geven terwijl hij aan het eten is. Zo leert de hond dat ook andere mensen in de buurt van zijn voerbak het tegendeel van bedreigend zijn.

5. Als de "therapie" volledig geslaagd is, geeft u (of een andere aanwezige) de hond nog slechts af en toe (bijvoorbeeld één keer in de week) iets extra lekkers terwijl hij staat te eten. Ook het gebruik van het "codewoord" ("koekje") bouwt u geleidelijk af.


 

Met dank aan: Gert Wiersma van Hondenschool 't Hos
Website: www.dogweb.nl
Datum: 24-04-2011