06-05-2012    

Tien geboden voor het gedrag van baas en hond

Om een hond te leren kennen is het nodig hem eerst aan de riem te leggen, hem dan eens over de kop te aaien, om hem of haar tenslotte eens met beide handen te knuffelen of op andere manieren te belonen. We hebben de ervaringen van een hondenverzorgster in 10 geboden geformuleerd. We geven ze graag aan u door.

1. Bedenk dat de hond van oorsprong een groepsleider is, evenals wolven en herten. In een huisgezin nemen de menselijke leden van het gezin de plaats van de andere dieren in de groep in.

2. Een groepsleider erkent een leider of treedt zelf als leider op. Wilt u echt de 'baas' van de hond zijn, zorg dan dan hij u als de leider erkent.

3. Laat de hond, ook al kent u hem nog zo goed, nooit alleen bij kinderen die jonger zijn dan 12 jaar. Tegenover hen voelt de hond zich de leider van de groep, de baas, die corrigerend moet optreden als er naar zijn mening iets mis gaat.

4. Als groepsleider is een hond niet graag alleen. Alleen thuis zijn en daarbij rustig blijven moet een hond dus met geduld worden geleerd.

5. Sommige honden blaffen alleen als zij alleen thuis zijn en iets ongewoons aan of rond de woning horen. Zij verdedigen hun huis en verdienen daarvoor beloond te worden. Andere honden blaffen ook als de baas thuis is. Deze dieren voelen zich onzeker. De baas zal ervoor moeten zorgen dat het blaffen snel ophoudt. Hij moet de hond door zijn stem zijn aanwezigheid laten merken, waarmee de onzekerheid ophoudt.

6. Goed luisteren is iets wat een hond niet uit zichzelf doet, hij moet het leren. Wees consequent in uw opdrachten. Neem de tijd om hem te instrueren. Beloon de hond telkens als hij goed heeft geluisterd.

7. Vooral kinderen moeten een hond nooit storen als hij de rust van zijn mand heeft gekozen of als hij bezig is te eten.

8. Wen de hond eraan dat hij zijn eten krijgt nadat u gegeten hebt. Vanuit het oorspronkelijke groepsverband weet de hond nog dat de leider van de groep als eerste de maaltijd eet. Als u de hond laat voorgaan voelt hij zich de leider en dat behoort niet zo te zijn.

9. Honden aan de lijn zijn vaak snel geneigd te vechten met andere honden. Samen met de baas dichtbij voelt de hond zich sterk en durft. Maar ook een loslopende hond is soms geneigd te vechten, want ook hij weet dat de baas in de buurt is en durft dus ook. De baas doet er verstandig aan zo snel mogelijk door te lopen. Zodra de hond merkt dat hij alleen komt te staan voelt hij zich te zwak om aan te vallen en trekt hij zich terug.

10. Moet de hond worden gecorrigeerd, doe dit dan met de stem en nooit door te slaan. De hond kan het verband tussen de overtreding en de straf niet begrijpen, zodat slaan geen uitwerking heeft, behalve dat de hond bang wordt van de eigen baas. Imiteer eventueel de straf die zijn moeder hem gaf: pak hem in de nek en schudt hem heen en weer. Beloon elke goede daad zodat de hond geneigd is het goede te doen. Wie wordt er niet graag beloond? Voelt niet de baas zich ook beloond als de hond goed naar hem luistert en hem als leider erkent?

Bron: Dierenopvang informatiekrant
 

Met dank aan: Manon Stokvis van Dierenbescherming Zeeland
Website: www.zeeland.dierenbescherming.nl
Datum: 06-05-2012