08-01-2012    

Hondentraining: achter bewegende objecten aanrennen

Je loopt heerlijk te wandelen in het bos. Hondje los van de riem, lekker rennend en springend. Ineens staat je hond stokstijf stil. Jouw hart begint te kloppen, want je weet 'hoe laat het is'. Je hond neemt een strakke houding aan, zakt door zijn voorpoten, neemt een jachthouding aan en......weg is tie!

Jagen achter bewegende voorwerpen
Maar weinig gedragingen van een hond zijn zo onvoorspelbaar en irritant als jagen achter bewegende voorwerpen. Onvoorspelbaar omdat de hond met zijn goed ontwikkelde zintuigen veel eerder voelt, hoort, ruikt of ziet wanneer zijn 'favoriete' najaagobject weer langskomt. Dit kan van alles zijn. Joggers, fietsers, brommers, aanhangers, tractoren, paarden, skeelers etc. De lijst is oneindig.

Waarom toch dat jagen?
Honden zijn van nature jagers. Bij de ene hond is deze eigenschap sterker ontwikkeld dan bij de andere hond. Niet alleen bij echte jachthonden is deze eigenschap sterk ontwikkeld, ook Terriërs, herdershonden, veedrijvers en windhonden kunnen je plotseling verrassen met een onverwachte jachtpartij. Maar theoretisch kan iedere hond deze jachtdrift ontwikkelen.
 

Leerproces
Als we nu eens het jagen achter bewegende objecten vanuit de hond bekijken, dan ziet het er leerproces er als volgt uit:

1. Pupje of jonge hond loopt op straat.
2. Zijn aandacht wordt plotseling getrokken door een bewegend object. Met name objecten die ook geluid maken zijn erg interessant.

3. Pupje wil achter het bewegende object aanlopen. Baasje zegt: 'Foei'... Hond denkt echter: 'Oow, vind jij dat bewegende voorwerp ook zo interessant?', 'volgende keer samen jagen?'.

4. Volgende keer als een bewegende object langskomt doet pupje beter zijn best. Helaas zit pupje aan de riem. Prima middel om mee te corrigeren (denkt de baas) en geeft een snuk. Baas boos...!

5. Nu maakt pupje een keuze: of pupje ervaart de extra aandacht voor het najagen als een extra stimulans (=bekrachtiging) om in het vervolg nog beter zijn best te doen of pupje wordt een beetje bang voor bewegende objecten. Want iedere keer als er een bewegend object langskomt krijgt pupje een snuk aan zijn riem en wordt de baas gespannen. Pupje snapt niet waarom... Vanaf dat moment verandert najagen langzaam maar zeker in opjagen met als doel om de bewegende prikkel weg te jagen.

6. Vanaf dat moment houdt pupje die puber begint te worden alle bewegende voorwerpen nauwlettend in de gaten. Wanneer ze te dichtbij komen moeten ze worden weggejaagd.

Jagen is altijd succes
Jagen is voor de hond altijd succesvol! Immers, het jachtgedrag zit hem in de genen. Van jagen krijgt de gemiddelde hond een goed gevoel. Zeker in het geval van opjagen (=wegjagen van een stressvolle of beangstigende prikkel). Iedere keer wanneer de hond zijn wegjaagtrucs uit de kast trekt lukt het hem om de prikkel weg te jagen.

Logisch, want er is geen jogger, fietser, brommer etc. die zal blijven staan totdat de hond zijn verwoede wegjaagpogingen opgeeft. Jagen is altijd succesvol voor de hond. Het maakt niet uit of de hond aangelijnd is of los is van de riem. We noemen jagen ook wel 'zelfbelonend gedrag'. De beloning haalt de hond uit het uitvoeren van het (probleem)gedrag.

Jaaggedrag straffen
Het lijkt zo verleidelijk om de hond te straffen wanneer hij bezig is tijdens het opjagen. In een enkel geval lukt dit succesvol. Echter de praktijk leert ons dat:
- De hond meestal te gestresst is om de correctie te voelen.
- De correctie een hond nog meer kan opfokken. 
- De hond de correctie soms voor lief neemt, de drang om op te jagen is vaak groter.
- Stel, je doet écht je 'best' en je blesseert hem serieus. Wat dan?

In verreweg de meeste gevallen is straffen dus geen optie. De hond zal ander (vervangend) gedrag moeten aanleren.
 

Je hond ander gedrag aanleren
De enige, echt effectieve manier om succes te boeken in je strijd tegen het op- en najagen omvat twee elementen:

1.Op- en/of najagen mag de hond geen 'succes' meer opleveren.
Doordat jagen 'zelfbelonend' gedrag is (de hond beloont zichzelf door te jagen en eventueel door de extra aandacht die hij krijgt van de eigenaar), zal voorkomen moeten worden dat de hond in staat is om achter bewegende voorwerpen te jagen.

2. De hond zal ander (=vervangend) gedrag dienen aan te leren.
Door enkel en alleen te voorkomen dat je hond jaagt, zal zijn gedrag niet blijvend veranderen. Om gewoontes te doorbreken zal een goed alternatief geboden moeten worden. Uiteraard wijs jij hem de weg...

Aan de slag
Voordat je echt aan de slag kunt met deze training zul je moeten vaststellen wat het kritieke punt is bij jouw hond. Het kritieke punt is het punt waarop jouw hond besluit om te reageren op bewegende objecten. Dit wordt gemeten in meters. Bijvoorbeeld, Fikkie probeert achter fietsers aan je jagen wanneer ze ongeveer 10 meter van hem verwijderd zijn. Of, Blackie wordt hysterisch wanneer joggers op ongeveer 2 meter voorbij rennen etc.
Leer je hond om te zitten en aandacht te hebben voor jou. Hiermee begin je in een prikkelarme omgeving zoals: binnen in huis, in de tuin of ergens waar je niet wordt afgeleid. Lijn je hond aan, laat hem zitten en beloon hem met een brokje. Lok hem niet, maar geef de beloning pas wanneer hij netjes is gaan zitten op jouw commando. Breid deze oefening rustig uit door je hond te laten zitten en hem jou aan te laten kijken. Oefen hier intensief op. Hij krijgt dus pas zijn beloning wanneer hij is gaan zitten op jouw commando en jou rustig blijft aankijken. Geef dit het commando "Let op". Maak het hem niet te moeilijk, ga recht tegenover je hond staan zodat hij eigenlijk geen andere keuze heeft dan jou aan te kijken.

Stap 1
Ga actief op zoek naar een plek waar joggers of fietsers voorbij komen. Je kunt natuurlijk ook een assistent vragen om je te helpen. Deze kan voorbij fietsen of joggen. Één ding is heel belangrijk: blijf voor het kritieke punt waarop je hond besluit om te reageren! Geef het commando "Zit" en beloon je hond met een snoepje of met een balspelletje. Herhaal deze oefening en breidt uit met een "Let op". Deze stap moet soepel en betrouwbaar verlopen voordat je door kunt gaan met stap 2. Deze stap leert je hond om zijn nieuwverworven vaardigheden ("Zit" en "Let op") in de praktijk toe te passen zonder dat er een drang is om achter bewegende voorwerpen of objecten aan te jagen.

Stap 2
Ga nu dichter naar het kritieke punt toe. Zorg ervoor dat jij met je rug naar de bewegende prikkel staat en dat de bewegende prikkel in de richting van je hond komt. Prikkels die op je hond afkomen zullen namelijk minder interessant zijn dan prikkels die van je hond vandaan gaan. Wanneer de prikkel eraan komt (maar wel voldoende afstand houdt) zet jij je hond in een "Zit" en in "Let op". Voordat jouw hond besluit om te reageren op de bewegende prikkel zeg je 'goed zo' en beloon je hem uitbundig. Tijdens het belonen leid je hem weg van de prikkel om te voorkomen dat hij niet alsnog interesse vertoont in de bewegende prikkel die waarschijnlijk steeds dichterbij komt. Deze stap leert je hond om in kleine stapjes te wennen aan het vertonen van ander gedrag t.o.v. bewegende prikkels. De drempel om te reageren ligt nog hoog.

Stap 3
Voer nu stap 2 uit, maar dan net onder de kritieke afstand. Vergeet niet om met jouw rug naar de bewegende prikkel te staan zodat de bewegende prikkel op je hond afkomt. Laat de prikkel niet te dichtbij komen zodat je hond in de verleiding komt om te jagen. Maak deze oefening in kleine stapjes moeilijker door steeds dichter naar de bewegende prikkel toe te gaan. Deze stap slaat een brug tussen een situatie waarbij de kans nihil is dat je hond reageert op de bewegende prikkel en een situatie waarbij de kans realistisch wordt dat de hond (normaal gesproken) zou reageren op de bewegende prikkel.

Stap 4
Nu neem je weer meer afstand. Net voor het kritieke punt. Zorg er echter nu voor dat jij de prikkel aan ziet komen en je hond niet. Zet hem daarom met zijn rug naar de (tegemoet komende) bewegende prikkel. Dit zal betekenen dat hij ineens geconfronteerd wordt met de bewegende prikkel die langs hem komt en tevens van hem vandaan gaat. Dit zal zijn jachtdrift beduidend sterker prikkelen dan de situatie waarin de bewegende prikkel op hem af kwam. Echter, doordat jij je hond in een "Zit" zet en hem het commando "Let op" geeft zal hij moeten kiezen tussen het opvolgen van dit commando en reageren op de prikkel. Indien je voldoende afstand hebt gecreëerd, zal je hond voor het eerste kiezen. Indien dit het geval is, dan kun je je hond de hemel inprijzen en hem extra belonen. In het geval dat je hond toch reageert handel je als volgt: je keert je direct af van je hond en loopt weg van de bewegende prikkel. Hiermee haal je het succes van het jagen weg en toon jij je hond dat hij zijn kans op een beloning heeft misgelopen. Herhaal deze oefening wel snel maar vergroot de afstand tot de bewegende prikkel. Deze stap leert je hond om gericht te kiezen tussen twee opties. De ene optie levert hem veel op en de andere optie levert hem niets meer op.

Stap 5
Bouw de intensiteit van de oefening in kleine stapjes op door plaatsen op te zoeken waar je hond meer geconfronteerd wordt met bewegende prikkels. Laat hem zitten en aandacht hebben voor jou. Je kunt nu ook een lange riem introduceren. Zodoende kun je afstand creëren tussen jouw en je hond. Op deze manier kun je hem leren om niet achter de bewegende objecten aan te jagen wanneer hij verder van jou vandaan is (bijvoorbeeld als hij los van de riem is). De lange riem moet ervoor zorgen dat hij niet succesvol kan jagen wanneer hij een 'foute' keuze maakt. Het is dus enkel een controlemiddel.

 Neem de tijd
Om deze training succesvol toe te passen zul je de tijd moeten nemen om te trainen. Train liever wat vaker in korte sessies dan één of twee langere sessies per dag.

Belonen afbouwen
Gaandeweg kun je de hoeveelheid brokjes waarmee je beloont afbouwen. Besluit niet van de ene op de andere dag om helemaal te stoppen met belonen, want dan raakt je hond waarschijnlijk gefrustreerd. En gefrustreerde honden vertonen over het algemeen gedrag waarmee ze in de voorgaande jaren succes mee hebben gehad. In veel gevallen is het verstandig om je te laten coachen door een ervaren hondentrainer of een gedragstherapeut. Vooral de laatstgenoemde zal zich kritisch opstellen t.o.v. jouw eigen gedrag. Dit lijkt vreemd, maar honden reageren nu eenmaal sterk op ons gedrag. Zeker in het geval van 'jagen achter bewegende objecten' is de eigenaar meestal verbonden aan het gedrag. Laat het me weten als je vragen of opmerkingen hebt over deze training. Feedback is altijd welkom! Je kunt je vraag ook online aan me stellen. (Zie op de site van petplace)

Marco Starink
 

Met dank aan: Fieke Hoogstad
Website: www.petsplace.nl
Datum: 08-01-2012