13-11-2011    

Hond - de oude(re) hond - aandoeningen op oude(re) leeftijd

Drs. Geneviève Huizeling, dierenarts, verbonden aan WHG Dierenziekenhuis Rotterdam, Pascalweg 4,3076 JP Rotterdam, T 010-4925151; www.whgdierenartsen.nl

N.B.
Onze hand-outs worden vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.

INLEIDING
Verbeterde diergezondheidszorg, voeding, en dierwelzijn hebben ervoor gezorgd dat onze trouwe viervoeter steeds ouder wordt. Dit is er echter ook de oorzaak van dat aandoeningen die vroeger nauwelijks voorkwamen, tegenwoordig beduidend vaker worden gezien. Veel aandoeningen zijn met vroegtijdige diagnose en correcte behandeling goed onder controle te houden.

Waar moet u, als eigenaar, nou opletten bij de senior hond?

Hieronder volgt een kort overzicht van enkele aandoeningen die men meer ziet bij de oude(re) hond.

ARTHROSE
Arthrose is een aandoening van de gewrichten waarbij het gewrichtskraakbeen, de aangrenzende botlaag en de weke delen aangetast kunnen worden. Er is helaas geen eenduidige oorzaak voor aan te wijzen. Het evenwicht tussen botaanmaak (anabole processen) en botafbraak (katabole processen) kan verstoord zijn door trauma/overbelasting. Een andere oorzaak van arthrose is het feit dat bij verouderingsprocessen de kwaliteit van het gewrichtskraakbeen afneemt. Wanneer arthrose in een gewricht is opgetreden, kan men de slijtage niet meer voorkomen. De snelheid waarmee de arthrose zich uitbreidt in het gewricht is daarentegen wel beïnvloedbaar.

Waaraan kunt u arthrose bij uw dier herkennen?
De hond komt stijf en wat moeilijk uit zijn mand, maar na een aantal stappen verzet te hebben, lijkt hij weinig last meer te hebben van de betreffende poot. Dit noemt men startkreupelheid. Opvallend is dat na een dag behoorlijke inspanning, de hond er meer last van lijkt te krijgen. Zeker als hij/zij wat gerust heeft. De diagnose wordt gesteld na een goede anamnese en lichamelijk onderzoek en röntgenfoto’s van het betreffende gewricht. Dit om de hoeveelheid slijtage te beoordelen en andere oorzaken uit te sluiten. De behandelingsmogelijkheden bestaat uit het arthroseregime. Dit bevat 4 facetten: aangepaste beweging, ontstekingsremmers/pijnstillers (NSAID’s), gezond lichaamsgewicht, en training/fysiotherapie.

GEBITSPROBLEMEN

Met het ouder worden, ziet men ook vaker problemen aan het gebit. Het gebit kan onderhevig zijn aan tandplaque, cariës (tandsteen), parodontitis (tandvleesontstekingen).
Er kunnen losliggende elementen zijn, en ontstekingen van de elementen. Dit kan er toe leiden dat bacteriën in de mond, via het bloedend tandvlees vervoerd worden naar het hart en/of naar de nieren, en zich daar nestelen. Symptomen van gebitsproblemen kunnen zijn: onaangename geur, verminderde eetlust, bloedend tandvlees etc. Grondige bekinspectie door de dierenarts brengt de problemen aan het licht. Afhankelijk van de ernst van de gebitsproblemen en de conditie van het dier, zal een behandelingsplan worden opgesteld.
Bij een gebitssanering wordt er een algemene narcose gebruikt. Belangrijk is dus om van tevoren een bloedonderzoek te doen om de nieren en de lever te checken. Dit i.v.m. het narcose risico.

GEDRAG
Bij veroudering hoort ook hersenveroudering. Hersenveroudering bestaat uit een reeks van veranderingen in het centrale zenuwstelsel, dat leidt tot een degeneratie ervan en uit zich in een aantal cognitieve- en gedragsveranderingen, die kan leiden tot een verminderd functioneren (dementie). Dementie bij de hond vertoont sterke overeenkomsten met de ziekte van Alzheimer bij de mens. Wat men kan zien aan de hond zijn gedragsveranderingen: veranderingen in dag-nachtactiviteit, onzindelijkheid, desoriëntatie, ontremd gedrag, in de ruimte staren etc.

Medicatie voor dementie bij honden is nog omstreden. De dieren hebben vooral goede begeleiding nodig.

HART- EN VAATAANDOENINGEN
Bij de oudere hond ziet men nogal eens dilatatieve cardiomyopathie (DCM). Hierbij is het lumen van de ventrikel (kamer) verwijd, waardoor het hart minder goed kan samentrekken. Hierdoor is de circulatie van het lichaam inefficiënt en kan er longstuwing optreden. DCM ziet men vaker bij grotere hondenrassen. Ook lijken reuen meer vertegenwoordigd te zijn. Bij kleinere rassen ziet men vaker de mitralis insufficiëntie. Dit houdt in dat de hartkleppen tussen linker kamer en linker boezem niet goed sluiten. Verschijnselen die men bij hartaandoeningen kan waarnemen zijn: snel moe zijn, hoesten, toename van de buikomvang en flauwtes. De diagnose wordt gesteld d.m.v. lichamelijk onderzoek, röntgenologisch onderzoek en/of echografisch onderzoek (met ECG). De therapie die ingesteld wordt, is afhankelijk van de individuele patiënt.

NIERPROBLEMEN
Nierfalen kan op elke leeftijd optreden, maar wordt vaker bij de oudere dieren vastgesteld. Chronische interstitiele nefritis (CIN) is het gevolg van een soort verbindweefseling van de nieren. Hierbij wordt gezond nierweefsel vervangen door een soort van “littekenweefsel”. Hierdoor verminderd het vermogen van de nieren om giftige afvalstoffen uit bloed te verwijderen. Symptomen die de hond kan vertonen zijn, veel drinken/veel plassen, verminderde eetlust, vermageren, braken en sloom zijn. De diagnose wordt gesteld aan de hand van een bloed- en urineonderzoek. Belangrijk is het om tijdig het nierfalen te onderkennen. Behandeling bestaat uit: het spoelen van de nieren d.m.v. infusen, nierdieet en ondersteunende maatregelen.

PROSTAATPROBLEMEN
Net als bij mannen op leeftijd, zien wij bij de oudere niet-gecastreerde reu nogal eens prostaatproblemen. Hierbij kan men denken aan goedaardige prostaatvergroting, prostatitis, prostaat abcessen en prostaatkanker. Verschijnselen kunnen zijn: anorexie, buikpijn, extra persen op de ontlasting, koorts, moeite met plassen, bloed bij de urine. Diagnose wordt gesteld via bloedonderzoek, urineonderzoek, spermaonderzoek en echografie. Therapie is afhankelijk van de oorzaak, maar kan bijvoorbeeld bestaan uit antibiotica, ontstekingsremmers en bijvoorbeeld (chemische) castratie.

STAAR
Elke niet- fysiologische witting of troebeling van de lensvezels en/of het kapsel wordt cataract (grauwe staar) genoemd. Cataract wordt in het algemeen veroorzaakt door een verminderde zuurstofopname en daardoor een verhoogde wateropname van de lens. Indien het op hoge leeftijd ontstaat, noemt men dit seniele cataract. Hierbij ziet men lokale troebelingen in de lens van het oog. Het gezichtsvermogen van de hond neemt af, waardoor hij/zij ook wat schrikachtiger, angstiger en/of onzeker kan worden. Helaas heeft men nog geen medicijn hiertegen uitgevonden. De enige manier om de hond weer zijn normale zicht terug te geven is via een lensextractie operatie. Of het dier in aanmerking komt voor zo’n operatie hangt af van: de conditie van het dier, de conditie van het oog (het is immers van belang om vast te stellen dat de overige “onderdelen” van het oog nog goed functioneren vóór een eventuele operatie), het gedrag van het dier, en natuurlijk de motivatie van de eigenaar.

SUIKERZIEKTE
Diabetes mellitus (suikerziekte) ziet men voornamelijk bij de oudere, niet gesteriliseerde teef. Dit heeft o.a. te maken met veelvuldige blootstelling aan het hormoon progesteron tijdens cycli en/of door anti-loopsheid medicijnen. Minder vaak komt men het tegen bij de reu. Symptomen die de boventoon voeren zijn veel drinken, veel plassen, en vermagering ondanks een goede eetlust. De diagnose wordt gesteld aan de hand van bloed- en urineonderzoek. De behandeling bestaat uit het toedienen van insuline. Bij honden wordt gestart met een keer per dag een injectie. Om de juiste hoeveelheid insuline voor de hond in te stellen, dient er zeker in het begin, regelmatig bloedonderzoek plaats te vinden.

TUMOREN
Bij oudere honden worden vaker goed- en kwaadaardige tumoren gezien, dan bij jonge dieren. Een goed klinisch onderzoek, röntgenologisch en/of echografisch onderzoek, alsmede het laten onderzoeken van de bulten dmv een biopt kan helpen de tumoren in een vroeg stadium te ontdekken en een passende therapie in te stellen.

ALGEMEEN
Waar moet u als eigenaar van een senior hond opletten?

Symptomen die een aanwijzing kunnen zijn voor problemen:

• Meer drinken en plassen
• Bloed bij de urine
• Vermageren
• Gedragsverandering
• Overdreven veel eten
• Slecht eten
• Stank uit de bek
• Moeilijk kauwen
• Hoesten
• Bulten of verdikkingen
• Frequent braken
• Slecht zien
• Moeilijk lopen

Wanneer uw hond een van deze symptomen heeft, dan is het belangrijk om door de dierenarts te laten onderzoeken. Dit vergroot de kans op een vroege diagnose en een betere behandeling!

U kunt er natuurlijk ook voor kiezen om eens per half jaar uw oudere hond te laten onderzoeken. Bij de afspraak vindt dan een uitgebreid klinisch onderzoek plaats, met zonodig aanvullende onderzoeken. Voorkomen is immers altijd nog beter dan genezen.
 

Met dank aan: WHG Dierenartsen
Website: www.whgdierenartsen.nl
Datum: 13-11-2011