06-11-2011    

Overbelasting bij pups en jonge honden
 Wanneer de jonge pup z’n intrede doet in het nieuwe huisgezin, dan zijn daar meestal veel voorbereidingen aan vooraf gegaan. Natuurlijk is de nieuwe huisgenoot meerdere malen bij de fokker bezocht. Maar ook zijn er de nodige inkopen gedaan: een mand en/of een bench, verschillende speeltjes, speciaal puppyvoer, kluifjes voor de hond en een nieuwe halsband met riem. Aan alles is gedacht.
 
 Voorzien van allerlei raadgevingen van de fokker kom je met de pup thuis. ’t Liefst zou iedereen nu dit wereldwonder willen aanschouwen, maar je hebt te horen gekregen dat dat niet goed is voor de pup. Alle bezoekjes worden daarom nog even uitgesteld. De pup krijgt uitgebreid de kans om z’n nieuwe omgeving te ontdekken en na enige tijd valt hij uitgeput in slaap.
 
 Meelopen
 De hele familie heeft zich al tijden verheugd over de komst van de nieuwe hond en in het begin wordt er om gevochten wie de hond mag uitlaten. Dit uitlaten stelt nog niet veel voor, de pup vindt het lopen aan de lijn nog maar eng, hij wil ook nog niet ver van huis. Gelukkig komt daar snel verandering in, de pup is in staat om netjes aan het riempje met je mee te lopen. Aardig is dan dat je in het park allerlei andere hondeneigenaren tegen komt. Je laat je pup met de andere (volwassen) honden spelen. Hij moet immers aan alles wennen!
 
 Schouwspel

 Spelen met andere honden (vooral ook andere rassen) is prima voor de (sociale) ontwikkeling van de pup. Het verbetert de communicatie, de pup leert z’n handelingen te
 timen en inventief/probleem oplossend bezig te zijn. Bovendien is het spel tussen pupjes onderling voor ons mensen een heel aardig schouwspel. Je kunt er uren naar zitten kijken. En juist op dat punt maken we een fout! Maar al te vaak wordt gedacht dat pupjes wel uit zichzelf zullen stoppen met spelen, als ze moe zijn. Niets is minder waar! Net zoals bij een klein kind, kent een pup z’n grenzen niet. Hij gaat door met spelen totdat hij er letterlijk gebroken bij neer valt. Als baas dien je je pup in bescherming te nemen en het spel op tijd te stoppen.
 
 
 Verkeerd
 Het beendergestel van een jonge pup bestaat bijna geheel nog uit kraakbeen. Het meeste kraakbeen gaat tijdens de groei over in been. Dit proces duurt ongeveer 1 1 jaar. Tijdens deze groei kan er van alles mis gaan, vooral bij de wat grotere en zwaardere rassen zoals de Duitse herder. Een verkeerde belasting of een overbelasting kan er voor zorgen dat het kraakbeen/bot op een verkeerde manier groeit. Ook is het mogelijk dat er botgroei optreedt op plaatsen waar dat niet normaal en/of gewenst is. De gevolgen kunnen divers zijn, maar heupdysplasie (HD) is de meest bekende. HD wordt niet alleen erfelijk bepaald, de manier waarop een pup opgroeit is ook van grote invloed op het wel of niet voorkomen van HD. Dit betekent dat je je als puppy eigenaar aan een aantal regels dient te houden!
 
 Over de grenzen
 Het eerste jaar kun je nog geen lange wandelingen met je hond maken, ook al heb je het idee dat de hond het wel aankan. Ten eerste laat een pup, net zoals een kleuter, je niet weten wanneer hij z’n grens bereikt heeft. Je ziet pas aan de hond dat hij moe is, wanneer hij ruim over z’n grenzen is heengegaan. Overbelasting heeft dan al plaats gevonden. Als vuistregel kun je de volgende berekening aanhouden: de duur van een wandeling is het
 aantal maanden dat de hond oud is maal vijf minuten. Met een pup van 16 weken (4 maanden) loop je dus maximaal 5 x 4 = 20 minuten per wandeling. Het is beter om vaker een kort stukje te lopen dan n keer een heel lang stuk.
 
 Aanlijnen!
 Ten tweede loopt een hond tijdens een wandeling minstens drie keer de afstand die je zelf loopt. Heen en weer, hier eens snuffelen, de bosjes in, hard weer komen aanrennen, enz. Vooral als je met meerdere honden loopt blijft een pup heen en weer rennen, hij moet alles in de gaten houden. Aan de ene kant is het goed dat een pup los met je mee loopt. Hij leert de baas in de gaten te houden en hij doet veel ervaringen op m.b.t. alles wat hij op z’n weg
 tegen komt. Wanneer je alleen met je pup loopt is loslopen ook prima. Als er meerdere honden met de wandeling meegaan zul je je pup tegen zichzelf moeten beschermen. Aanlijnen dus! Je dwingt ‘m dan bijna alleen maar rechtlijnige bewegingen te maken en het aantal keren dat hij heen en weer loopt wordt beperkt. Bij mijn jonge hond gebruik ik een tuig in plaats van een halsband bij dit soort wandelingen. Op die manier loop ik niet het risico dat door een plotselinge beweging (b.v. achter een andere hond aan) de pup een nekblessure oploopt.
 
 Gelimiteerd
 Met meerdere honden in huis is er altijd wel eentje die bereid is met een pup te spelen. Spelen op zich is niet verkeerd, maar als baas dien je dit wel aan regels te onderwerpen.
 Het aantal malen dat er per dag met elkaar gespeeld wordt, als ook de duur van het spel wordt gelimiteerd. Twee tot drie keer per dag een paar minuutjes (echt niet langer!!) spelen is meer dan voldoende. Laat de honden zeker niet op gladde vloeren spelen, het risico van uitglijden en onverwachte bewegingen is dan een stuk groter. Als roedelleider maak je duidelijk wanneer het spel is afgelopen. Als je dit niet waar kunt maken is het scheiden van de honden de enige oplossing. Een bench is daarbij een prima hulpmiddel. Vergelijk het maar met een box waar je een baby ook af en toe in zet. En natuurlijk laat je de pup niet samen met de volwassen honden in n ruimte als je zelf weg gaat. Dan heb je er zeker geen
 controle over! Ook de oudere honden ervaren het als zeer rustig wanneer een drukke pup in de bench opgesloten wordt.
 
 In de remmen
 Niet alleen spelen met andere honden is leuk, spelen met de baas is dat ook. Als baas ben je reuze trots als je hond al achter een balletje aan rent en dat terug komt brengen. In het begin kun je de bal maar een klein stukje weg gooien, maar al snel rent je pup of jonge hond een heel eind achter de bal aan. Prettige bijkomstigheid is dat je zelf kunt blijven staan en de hond zo de nodige lichaamsbeweging krijgt. Toch is dit achter een bal aanrennen niet alleen maar positief. Een gegooide bal (of ander speelgoed) stuitert bij het neerkomen op de grond nog wat door en komt altijd anders neer dan de hond inschat.  Hij rent achter de bal aan, remt en draait plotseling en maakt daarbij heel plotselinge, funeste bewegingen. Laat een jonge hond niet eindeloos achter ballen aanrennen, een paar keer is meer dan genoeg. Om de plotselinge bewegingen van de hond tegen te gaan kun je, terwijl je de bal gooit, je hond even vasthouden totdat de bal stil op de grond ligt.  De bewegingen van je hond zijn dan niet zo ongecontroleerd meer, bovendien hoeft hij niet volop in de remmen als hij vlak bij de bal is. Je hond kan de afstand beter inschatten. 
 
 Trappen
 De pup mag geen trappen lopen of in en uit de auto springen voordat hij volgroeid is. Vooral traplopen naar beneden en uit de auto springen is een zware belasting (geen sleutelbeenderen) voor de pup. Je moet je pup wl leren om de trap op en af te lopen.  Doe dit bij voorkeur niet thuis, maar b.v. in een winkelcentrum waar een trap is met brede, niet te hoge treden. De borst van de pup moet hierbij ondersteund worden. Uit ervaring weet ik dat het niet meevalt, zo’n eerste jaar van je hond. Je wilt al zoveel met ‘m gaan doen. ’t Lijkt er op alsof hij – als hij een half jaar oud is – al zoveel kan. Je hond wil ’t zelf allemaal zo graag. Toch moet je je beheersen. Ga op een verstandige, doordachte manier met het bewegen van je pup en jonge hond om. De kans op blessures of onherstelbaar letsel wordt daarmee zoveel mogelijk voorkomen.
 

Marian Servaas

Met dank aan: Annemarie Kranenberg van KC Gooi en Eemland
Website: www.kc-gooieneemland.nl
Datum: 06-11-2011